Hope cardigan

Een lekker zomervest, dat ontbrak er nog in mijn garderobe. Een luchtig tricot dingetje dat je even aan gooit als het net ietsje frisser is. Eentje die niet onder mijn zomerjas uitsteekt. Eentje die overal bij past.

In de winkels vond ik niet wat ik zocht, dus toen mijn moeder aan kwam zetten met een gebreid stofje met ingebreide streep (ik heb de stoffenverzamelwoede niet van een vreemde), zag ik meteen mogelijkheden. Het vinden van een patroon was minder snel gebeurd. Want hoewel de patronen voor jurken, tops en broeken je links en rechts om de oren vliegen, zijn er eigenlijk relatief weinig patronen voor vesten te vinden. Of ik zoek niet goed, dat kan ook.

Al bladerend door de steeds groter wordende stapel La Maison Victors (ik geloof dat ik ze allemaal heb), stuitte ik op de Hope Cardigan (sept/okt 2015). Een simpel vest met vleermuismouwen. Back to the eighties, zijn we blijkbaar. Het model in het blad sprak me eerst totaal niet aan. Veel te schreeuwerig qua stof en ik vond hem ook niet fantastisch vallen. Maar op de tekening was hij toch best leuk. En mijn stof was dunner, dus ik waagde de gok.

Ik nam deze keer een maatje kleiner dan anders. Mijn ervaring is dat LMV altijd vrij ruim valt. Daarnaast was ik bang dat een maatje groter nèt niet uit de stof zou komen. Ik was namelijk eigenwijs en wilde de strepen op de stof horizontaal gebruiken, in plaats van verticaal zoals de stof eigenlijk hoorde. Door de rekbaarheid van de stof durfde ik dat wel aan, hij rekte beide kanten uit.

DSC_0478a

De Hope cardigan bestaat uit drie stukken (twee voorpanden en een achterpand) en wat losse stukjes voor boordjes en halsafwerking. De meeste tijd ging nog zitten in het netjes snijden van de stof. Mijn stof wilde niet netjes blijven liggen en mijn rolmes bleek niet scherp genoeg meer, waardoor de boel af en toe scheef getrokken werd.

DSC_0480a

De laatste tijd schrijf ik steeds dat een project ‘het snelste was dat ik ooit maakte’. Maar ik geloof ik dat mezelf deze keer overtroffen heb. Als ik een half uur achter de lockmachine heb gezeten, is het veel. Rats-rats-rats en hij zat in elkaar. En nog best leuk ook, want de strepen aan de zijkant matchen zelfs. Wie had dat gedacht.

DSC_0486a

Mijn excuses voor de beroerde foto’s. Ik had een off day. U weet wel, zo’n dag dat alles fout gaat. Dat de printer niet werkt (hij print alleen nog maar roze terwijl ik toch niet zo lang geleden de inktpatronen verving?!), de nietjes op zijn als je iets wilt nieten, je patroondeel wegwaait als je het wilt pakken, de wolwinkel de wol van jouw keuze niet op voorraad heeft, je links iets omstoot als je rechts iets wilt pakken en… moet ik nog doorgaan? Maar goed, ik heb in ieder geval een vest om te dragen, terwijl ik mij wentel in ellende. 😉

Cyriel shorts

Thijs is een kortebroekenjongen. Zodra het weer het enigszins toelaat, heeft hij een korte broek aan. En eigenlijk ook wel als het weer het niet toelaat. Daarnaast draagt hij niets liever dan joggingbroeken. Zijn meest favoriete kledingstuk is dan ook… de korte joggingbroek.

DSC_0450aa

Nou draagt hij die korte joggingbroeken zó vaak, dat ze slijten waar je bij staat (slidings maken op het voetbalveld helpt daar ook niet bij). Hij heeft dus altijd behoefte aan nieuwe exemplaren. In de winkel troffen we de laatste tijd weinig wat leuk was en ook nog eens goed paste. Maar met een moeder die een naaimachine kan bedienen hoeft dat geen ramp te zijn.

DSC_0452aa

Ik gebruikte het patroon Cyriel uit de La Maison Victor van mei/juni 2016. Voor mijn smalle mannetje nam ik maat 134, dat eigenlijk wat aan de ruime kant zit (dat vind ik eigenlijk bij alle patronen uit LMV, voor mijn gevoel vallen die altijd te groot). Maar ik vermoed dat er een groeispurt aan zit te komen, dus heel erg stoort het niet. En tot die tijd trekt hij het touwtje maar wat strakker.

DSC_0453aa

DSC_0456aa

Het patroon was zó in elkaar gezet, er is weinig spannends aan. De constructie van de zak van het voorpand, uit één stuk, was een nieuwe methode voor mij, maar ook dat sprak eigenlijk voor zich. Binnen een middagje zat de broek in elkaar en meteen daarna wilde meneer hem aan. Dat is nog eens eer van je werk.

DSC_0473aa

En dat hij er zelfs nog mee op de foto wilde, is nothing short of a miracle.

Kimono

Al een tijdje kom ik op Pinterest foto’s tegen van heerlijk zomerse outfits met een kimono. Nou kun je die natuurlijk in de winkel kopen. Maar zelf maken is veel leuker. En sneller.

DSC_0414aa

Ik had al een paar jaar een stofje in mijn stapel liggen dat erom vroeg om verbouwd te worden tot iets zomers, iets fladderigs. Een jurkje of iets dergelijks kon niet, want veel te doorzichtig. Een kimono leek daarom een prima bestemming.

DSC_0420aa

Ik tekende het patroon zelf door mezelf heel globaal op te meten en eigenlijk maar wat te doen. Ik maakte het mezelf ietsje moeilijker door de buitenrand van de stof aan de binnenkant te willen, anders was ie nog eerder klaar geweest.

DSC_0431aa

Enige nadeel van de stof is dat het zo synthetisch als de pest is en het daarom niet te strijken valt. Gelukkig vallen de locknaden vanzelf de goede kant op, maar de zomen hadden van mij wel wat scherper gemogen. Maar goed, dat ziet niemand, als de kimono om mij heen fladdert in een zwoel zomerbriesje.

DSC_0370aa

Maxi skirt in mini maat

Floortje zag mij achter de naaimachine zitten en dat is voor haar altijd een reden tot het indienen van verzoeknummers. Een hele waslijst, het liefst. En bij voorkeur van stoffen die ik voor mezelf in gedachten had. Nou had ik nog een hele stapel to-do’s liggen. Korte broeken voor Thijs, een sweatshirt voor mezelf, een sweatshirt voor Floortje, een rok voor mij, een kimono… Maar de mintgroene (want favoriete kleur) lap tricot uit mijn stapel móest volgens Floortje getransformeerd worden tot een maxi skirt. En wel NU.

Nou had ik geen patroon liggen voor een maxi skirt. Wel had ik een vergelijkbaar model van mezelf in de kast liggen. Dus ik nam de maten van Floortje op, nam de verhoudingen van mijn eigen rok over en tekende een patroon. Voor zover dat dan een patroon mag heten. Hij bestaat uit een rechte, dubbelgeslagen, strook voor de tailleband met daaronder een iets uitlopende lap stof voor de rok..

Maxi skirt

Na het snijden van de stof, was het allemaal vrij simpel. Het moeilijkste was nog het maken van de gaatjes voor het -in Floortje’s ogen- essentiële koordje in de taille. De knoopsgatenfunctie van mijn naaimachine is namelijk al jaren kapot. Gelukkig kon ik me ook aardig redden met een mini-zigzagsteek en een op het oog gegokt gat.

DSC_0390aa

DSC_0449aa

Dit moet wel echt het snelste project geweest zijn in mijn naaigeschiedenis: ik denk dat rok binnen twee uur nadat Floortje met het verzoek kwam in elkaar zat. En inmiddels wordt hij ook al met plezier gedragen. Klant tevreden!

DSC_0433aa

En dan heeft u hierbij meteen een sneak peak van mijn volgende maaksel. Maar daarover later meer.

Klik klik klik

Ik nogal wat moeite met in beweging komen. De stap zetten om iets te gaan doen is vaak een enorme drempel voor me. Mijn hoofd wil vaak niet en mijn lijf ook niet. Moe, spierpijn, en zei ik al… moe? Toch moet een mens af en toe iets doen om de conditie enigszins op peil te houden en de geest te laten uitwaaien. En als ik eenmaal bezig ben, vind ik het altijd ook wel leuk. Maar dan moet ik eerst wel die -virtuele- schop onder mijn kont hebben.

Deze week had ik gelukkig een mooi schopje in de vorm van een nieuwe camera. Want die camera schreeuwt er natuurlijk om om mee naar buiten genomen te worden en op alle mogelijke manieren uitgetest te worden. Dus ik pakte mezelf bij de kladden en liep de achterdeur uit, het park in.

DSC_0173aa

DSC_0248aa

Met mijn oude camera (een Nikon D70s) was niet zo heel veel mis, behalve dan dat hij heel erg zwaar is. Met de kleinste lens erop weegt dat ding bijna 1200 gram en dat leverde na een dagje door een pittoresk stadje sjokken steevast nekklachten en stevige hoofdpijn op. Enter de nieuwe camera. Een Nikon D3300. Globaal dezelfde functionaliteiten (10 jaar jonger, dus wat gemoderniseerder) en vooral: een heel stuk lichter en handzamer. Met lens erop weegt hij nog geen 600 gram geloof ik. En dat verschil is aanzienlijk als je er een tijdje mee rondloopt. Voor dit tripje stak ik de camera en een extra zoomlens (55-200mm) gewoon in mijn handtas! Dat had ik met die andere echt niet hoeven proberen.

DSC_0185aa

Er zit ook een handige panoramafunctie op. Scheelt weer een hoop plakwerk in Photoshop.

DSC_0193aa

Eenmaal in het park schoot ik links en rechts om me heen. Foto’s van veraf, foto’s van dichtbij. Alle functies moesten natuurlijk uitgeprobeerd worden. Bomen, watertjes, bloemen en bijen, alle onderwerpen passeerden de revue. Ondanks dat de knopjes op een iets andere plek zitten, voelde het al meteen vertrouwd. Zelfde merk en de basics van fotografie veranderen natuurlijk ook niet.

DSC_0178aa

DSC_0211aa

Ik gebruik nooit de automatische stand van de camera, ik wil graag zelf wat te zeggen hebben over scherptediepte en/of sluitertijd. Gelukkig kan dat allemaal prima ingesteld worden. Voordeel aan deze camera (ten opzichte van mijn oude) is dat de ISO flink opgeschroefd kan worden en je daardoor ook in donkere omstandigheden nog een hoop kunt vastleggen. Dat zal op vakantie (al die donkere kerkjes) vast goed van pas gaan komen.

DSC_0222aa

DSC_0210aa

Het verbaast me elke keer weer hoe in relatief korte tijd zo’n mooi en afwisselend natuurgebied is ontstaan hier. Veel groen, leuke kronkelpaadjes, maar ook bijzondere bouwsels. Elke keer ontdek ik wel weer wat nieuws. Een bouwwerk dat ik nog niet kende of een paadje dat ik nog niet eerder ingeslagen ben. En dan heb ik nu nog maar een klein stukje van het park verkend.

DSC_0274aa

Op een eerdere wandeling ontdekte ik de Vlinderhof. Een oase van bloemen en kleuren. Deze keer zag ik er geen vlinders, maar wel veel bijen. Er staan dan ook bijenkasten aan de rand van het gebiedje. Ik moet toch eens uitzoeken of dat wil zeggen dat we dan ook ergens lokale honing kunnen kopen.

DSC_0245aa

DSC_0240aa

DSC_0263aa

DSC_0244a-2a

Op weg naar de Vlinderhof trof ik nog meer wildlife. Slakken. Heel veel slakken. Van het naakte soort, brrr. Want het had daarvoor flink geregend. Dat was ook nog eens goed voor de conditie, want af en toe moest ik er echt omheen slalommen. Soms zelfs met een sprongetje. Rotbeesten. (We zijn op voet van oorlog, de slakken en ik, sinds ditzelfde soort slakken onze complete moestuin met de grond gelijk maakte.)

DSC_0276aa

Gelukkig kwam ik ook wat knuffelbaardere beestjes tegen, alleen wilden die liever niet stilzitten. Tegen dat gehups in het semi-donker kon zelfs mijn VR-lens niet op. Zelfs niet met de ISO op 1600.

DSC_0279aa

Na zo’n anderhalf uur door het park sjokken vond ik het welletjes. Ik had ook al haast elke grasspriet wel een keer vastgelegd. Dus besloot ik mijzelf te belonen met een stuk red velvet cake en een glas verse muntthee bij het parkrestaurant. Waarna ik weer opgeladen naar huis kon. Zonder pijn in mijn nek.

DSC_0307aa

Socks of Anarchy

Ik ben een verslavingsgevoelig type. Niet voor ‘enge’ en ongezonde dingen, vreest niet. Maar geef me een goede serie en ik ben verkocht. Dan bestaat er niks anders meer op de wereld en zit ik avond na avond (OK, ook overdag soms – niet verder vertellen) voor de tv. Sinds begin dit jaar hebben we Netflix en dan kan je het eigenlijk al verwachten… de ene serie na de andere verslind ik.
Na het afronden van Call the Midwife, Downton Abbey, House of Cards en Peaky Blinders, zocht ik naarstig naar iets nieuws. Ik weet niet hoe ik erbij kwam, maar ik kwam terecht bij Sons of Anarchy (daar zullen afbeeldingen van Jax Teller op Pinterest wellicht iets mee te maken hebben gehad *ahum*). Een serie over een motorclub met nogal gewelddadige en criminele praktijken. Totaal out of character voor mij, maar vanaf aflevering één zat ik erin.

Tijdens het kijken van zo’n serie móet ik altijd iets met mijn handen doen en zo kwam ik op het breien van sokken. Dat had ik nog nooit gedaan en leek me ingewikkeld genoeg om een uitdaging te zijn (want daar hou ik van). Ik had nog wat Drops Alpaca over van de fair isle sjaal, dus dat was snel bekeken. Ik zou een paar Socks of Anarchy gaan maken.

Al googlend vond ik een gratis patroon voor sokken, die je met twee tegelijk breit op een rondbreinaald, van de teen omhoog. Dat leek me de meest efficiënte manier, want ik ken mezelf: straks is na sok nummer één de nieuwigheid eraf en dan moet ik er nog eentje die vervolgens nooit meer af komt. Het patroon is van Knitpicks en is gratis, altijd leuk. Ik snapte in eerste instantie de patroonbeschrijving van het hiel-deel niet zo goed (wat is in hemelsnaam een ‘gusset’ ??- woordenboek gaf ‘spie’ als vertaling maar dat zei me nog helemaal niks!!), maar al gauw bleek dat als je maar gewoon doet wat er staat – zonder teveel na te denken – je een heel eind komt. En filmpjes kijken van hielen-breien op You Tube helpt ook.

Ik breide en breide, terwijl ik seizoen na seizoen van de serie verslond. Ik ben erg enthousiast over het patroon. Door de manier van breien kun je de sok echt helemaal aanpassen naar je eigen voet. Breder, smaller, langer, korter, het is allemaal geen probleem. Dus er gaan er absoluut nog een paar komen.
Ik kwam al snel op het punt dat ik bijna kon gaan afhechten en paste de sokken nog eens aan. Ze zaten als gegoten!

Maar toen gebeurde het. Kennelijk had ik tijdens het breien steeds de andere sok gepast. Of de andere voet gebruikt voor het passen. Of waren mijn voeten op wonderbaarlijke wijze ineens twee maten groter geworden. Of was mijn breiwerk gekrompen. Anyhow… ik kreeg hem niet meer uit. Niet voor of achteruit ging hij. Muurvast. Echt geen enkele beweging. Nada. Dus toen restte me nog maar één hartverscheurende oplossing: ik moest hem lostornen om weer uit te krijgen. Aangezien de sokken met twee tegelijk gebreid worden en de andere toch ook wel erg aan de strakke kant zat, besloot ik die ook maar los te tornen. Tot net voor het hielstuk, want daar bleek ik sowieso iets fout gedaan te hebben. Zucht.

De parallel met de serie was frappant, want net op dat moment liep het in de serie ook allemaal in de soep. Zal je net zien. Dus terwijl zij worstelden met het voortbestaan van hun club en alles heel ingewikkeld werd, worstelde ik ook en raakte bij mij ook alles in de knoop. Zij het met wat minder slachtoffers. En met wat minder bloedvergieten. Al vloekte ik waarschijnlijk wel net zo veel. En zat er naast mij op de bank ook af en toe een man met een baard. Maar dat terzijde. Een hele middag was ik bezig om weer een fatsoenlijke bol van de draad te kunnen maken, want mijn hemel, wat zat dat in de knoop allemaal! Echt, de leugens en complotten in de serie waren er niks bij. Maar goed, na wat uurtjes ploeteren had ik mooie bollen en kon ik weer aan de slag. Pfieuw.

Gelukkig bleek bij poging twee de hiel veel beter te gaan dan de eerste keer, ik had echt iets gemist in de beschrijving kennelijk. Want ineens leek het ook een stuk ruimer allemaal. Ik ben ook zo slim geweest om ietsje meer steken te nemen rond de enkel. Om nog zo’n calamiteit te voorkomen.

Helaas vond er toen een andere calamiteit plaats. Want terwijl ik de laatste aflevering van het voorlaatste seizoen afrondde en mij helemaal verheugde op een avondje binge-breien, bleek dat het laatste seizoen nog niet op Netflix staat. Grmbl.

 

Fair Isle Knit-along

Vorig jaar schreef ik al dat ik graag fair isle wilde leren breien. Om het te leren ging ik meedoen met de knit-along van Wieke van Keulen, waarin alle basics duidelijk werden uitgelegd. Ik begon eerst met de welbekende Zeeman-acryl, maar dat gaf toch niet echt een mooi effect. Het was te dik en zag er ook goedkoop uit. Na een leuk ‘gesprekje’ op instagram ben ik overstag gegaan en kocht ik echte wol, Drops Alpaca. Het was even wennen om met zo’n dun garen te breien, maar uiteindelijk kreeg ik de slag goed te pakken.

Voor wie het niet weet: fair isle brei je het liefst in het rond, op een rondbreinaald. Je krijgt dan dus een lange gebreide koker, die in een later stadium doorgeknipt zal moeten worden om zo een platte lap te krijgen. Ieks. Dat breien doe je met twee draden tegelijk, waarbij je de ene draad/kleur in de ene hand houdt en de andere in de andere hand. Je breit dan dus met de ene hand ‘continentaal’ en met de andere hand ‘gewoon’.

Ik heb me erover verbaasd hoe snel ik dat breien met twee draden onder de knie had. Uiteindelijk leek het allemaal wel vanzelf te gaan. Ik merkte aan mijn breisel hoe mijn breitechniek veranderde naarmate ik verder kwam. Onderin was het allemaal heel strak en vrij onregelmatig, naar het einde toe mooi recht en gelijkmatig. Het was elke week weer spannend wat het volgende patroon zou zijn, dat maakte het breien extra leuk!

Na het breien kwam het engste deel: het doorknippen van de gebreide ‘rol’. Echt doodeng was dat, want wat nou als de boel zou gaan lostornen? Maar gelukkig was mijn versteviging langs de kanten goed genoeg en bleef alles goed in elkaar zitten. Wat een opluchting!

Het vervelendste deel vond ik nog de aangebreide bies ter afwerking. Want, mijn hemel, wat was die sjaal lang en breed. En wat duurde het dus lang voor ik die (saaie!) bies af had. Maar goed, uiteindelijk was het allemaal de moeite waard, wát een indrukwekkende lap!

Jammer alleen dat toen bleek dat mijn sjaal wat scheef was. Doordat mijn techniek wat veranderde tijdens het breien, was de boel onder bijna 15 sm smaller dan boven. Als dat nog maar goed kwam! Gelukkig bleek mijn angst ongegrond. Na wassen met Eucalan en blokken (wat een enorme lap, waar laat je zoiets!) kwam er een prachtige sjaal tevoorschijn! Helemaal recht, ontzettend zacht en alle onregelmatigheden waren als sneeuw voor de zon verdwenen.

Ik zou bijna zeggen ‘ik kan haast niet wachten tot ik hem weer om kan’, maar ik zou graag toch eerst nog een beetje zomer krijgen.