Ananassjaal

Toen we op vakantie gingen van de zomer, had ik dringend behoefte aan een nieuw project. Ik had voor vertrek prachtige wol gevonden, Tosca Light van Lang Yarns, en ik wilde daar eigenlijk een herfstige omslagdoek van maken. Met een eenvoudig patroon, een corner-to-corner steek of zo. Maar ook had ik al tijden het plan om een ananassjaal te maken. En als je dan in een oververhit Zuid Frankrijk zit, is een luchtig project vele malen aantrekkelijker. En bovendien wilde ik iets met een beetje uitdaging en die corner-to-corner leek me wat saai. Het werd dus de ananassjaal.

Het duurde even voor ik het patroon begreep en het ananasmotief in de vingers kreeg, maar toen ik dat eenmaal door had ging het als een speer. Ik heb me echt moeten inhouden om hem niet op vakantie al af te maken, want ik wilde in de auto terug ook nog wat te doen hebben. En eenmaal thuis op de hockeyclub ook. Dus ik deed het rustig aan.

 

Maar vorige week was het dan toch echt zover: ik haakte de laatste rij en de sjaal was af. Het leek eerst niet echt mooi geworden, het was een beetje een verfrommeld hoopje sjaal (zie ‘Vakantie en zo‘). Maar na het blocken (wat ben ik blij met mijn blocking wires!) kwam er een prachtig motief tevoorschijn.

 

 

Achteraf gezien was dit patroon mooier geweest in een effen garen. En was het gemêleerde garen mooier geweest voor een wat eenvoudigere sjaal. Eigenlijk zoals ik oorspronkelijk ook al had bedacht. Maar goed, al doende leert men. En met dit eindresultaat ben ik meer dan tevreden. Hij is ook precies op tijd af nu de herfst in al zijn glorie begonnen is. Zoals het weer nu is, mag het van mij tot april wel blijven. Prachtige herfstkleuren, zonnetje erbij en sjaal om… dit is echt genieten!

 

Advertenties

Zomertrui

Ik was tot nu toe altijd wat huiverig voor het haken van kledingstukken. En kledingstuk dat er handgemaakt uitziet, prima. Maar ik gruwel ervan om met iets rond te lopen, waarvan men zegt ‘Goh, leuk, zelfgemaakt?’, waar dus kennelijk vanaf druipt dat iemand erop heeft zitten zwoegen en wat net-niet-helemaal-geslaagd is. Ik vind het veel leuker als iemand zegt ‘Waar heb je die gekocht?’. Dat voelt dan toch net iets meer als een echt compliment, als u begrijpt wat ik bedoel. Met een sjaal kun je niet zo heel erg de fout in gaan op dat gebied, heb ik gemerkt. Maar kledingstukken… dat is wel een ander kopje thee. Anyway. Toch wilde ik me er eens aan wagen. Want wie niet waagt…

Ik had al een tijdje in mijn hoofd zitten dat ik een ibiza-boho-stijl-achtig truitje wilde maken (dit was voor het idee van de poncho op kwam zetten, die haakte ik er nog even tussendoor), dus ik ging naarstig op zoek naar patronen. Dat was nog niet zo eenvoudig, want als je met die zoektermen Pinterest op gaat, vind je weliswaar heel veel leuke truitjes, maar die zijn allemaal ‘te koop in leuke boetiekjes’. En dus niet met patroon om zelf te maken. Uiteindelijk bladerde ik bij de plaatselijke stomerij-annex-wolwinkel door een patronenboek van Scheepjeswol (‘Mijn style’ nr. 2 – hoe verzinnen ze die naam? Mijn style?!) en daar vond ik wat ik zocht. Het zag er ongelooflijk ingewikkeld uit. Maar ja, ik wilde per se iets wat er professioneel uitzag, dus tja…

Ik sloeg meteen de benodigde garens in. Het patroon schrijft Scheepjeswol Stonewashed voor, maar ik wilde een wat natuurlijkere uitstraling (en iets wat niet meteen kapitalen zou kosten, ons ben zûnig) en koos voor Katia New Cancun, in een prachtige kleur groen. (Ik? Groen?! Waaaaat??!!)

De eerste schok kwam toen ik de patroonbeschrijving opensloeg. Een afbeelding met allemaal priegelige tekentjes en nauwelijks tekst erbij. Ieks. Tot nu toe maakte ik eigenlijk alles met uitgeschreven patronen, het liefst met hier en daar een plaatje erbij ter verduidelijking. Telpatronen vond ik altijd zo… priegelig, onoverzichtelijk, lastig. Maar ik moest en zou dit truitje maken, dus ik beet me erin vast. Onder genot van een goed glas wijn, gezeten op een terras in Zuid Frankrijk. Met heel veel kaasjes erbij. Tegen de frustratie. Na aardig wat pogingen, veel lostornen, gevloek en getier had ik het éindelijk door. Het bleek helemaal niet zo ingewikkeld te zijn. Het was eigenlijk zelfs best makkelijk, als je je hoofd er een beetje bij hield. Ik haakte dan ook naarstig door en een paar dagen na onze vakantie kon ik trots zijn op mezelf: mijn eerste echt draagbare gehaakte kledingstuk was af!

Tadaa! (Met zwoel handgebaar om de detaillering van de mouw te laten zien.)

Veel gelegenheid om hem te dragen heb ik nog niet gehad. Want hij is te luchtig voor koud weer (al die gaten!) en te warm voor warm weer (want lange mouwen en er moet obviously altijd iets onder gedragen worden wegens de doorkijkfactor). Maar goed, ooit komt er vast een weerstype waarin ik hem met plezier kan dragen. En wie weet zal iemand dan tegen me zeggen: “Goh, wat leuk! Waar heb je die vandaan?”. En dan zeg ik trots: “Zelf gemaakt!”

 

Vakantie en zo

Zoals u inmiddels misschien van mij gewend bent, verdwijn ik in de zomer vaak even van de radar. Niet dat ik heb stilgezeten, au contraire, maar met het grut om me heen kom ik nou niet echt lekker toe aan bloggen. En bovendien moest er natuurlijk ook vakantie gevierd worden.

Laten we daar maar mee beginnen. We waren twee weken in Zuid Frankrijk. Remoulins, in de Gard, om precies te zijn.

De Pont du Gard (met rechtsonder de oude olijfboom), en het idyllische marktplein van Uzès

Het was er bloedheet, daar in het zuiden, dus de uitstapjes bleven deze keer beperkt. Aangezien onze camping op een steenworp afstand van de beroemde Pont du Gard lagbezochten wij die natuurlijk. Indrukwekkend, dat die brug al zó lang geleden gemaakt is en nog steeds bestaat. Al die voetstappen die daarover gegaan zijn… Wat die brug allemaal meegemaakt moet hebben! En even indrukwekkend was de olijfboom, die al 1110 jaar (nee, geen typfout!) naast de brug staat.
We ging naar de charmante plaats Uzès (ook niet ver), waar we heerlijk lunchten op een bijzonder pittoresk marktplein met platanen. Dochterlief kreeg een Provençaalse jurk en fotografeerde weer een kerkje, haar favoriete bezigheid in de vakantie. En wie chagrijnig durfde te zijn, werd gewoon in een fontein gegooid.

Het Maison Carré, de Arena en de Tour Magne in Nimes

Ook bezochten we de Romeinse bezienswaardigheden in Nimes. Het Maison Carré, een van de best bewaarde Romeinse tempels, was echt prachtig. We bezochten ook de arena, die ook een van de best bewaarde van het voormalige Romeinse Rijk is. En verder bezochten we de Tour Magne. Helaas was de beklimming van die toren niet geschikt voor mensen met hoogtevrees, dus 3 van de vier (waaronder ik) haakten af. Maar volgens manlief was het uitzicht er prachtig. Wat overigens ook prachtig was, was het park waarin de toren ligt. In het park is een bron, wat heel lang geleden een heilige plaats was voor de Galliërs, waar zij de god Nemos vereerden. De Romeinen bouwden op die plaats de stad Nemausos, de oorsprong van het huidige Nimes. Er zijn fonteinen, trappen, beeldhouwwerken, exotische planten en een Romeinse tempel voor de godin Diana. Een heerlijke oase in de stad.

De abdij van Beaucaire

Op een van de laatste dagen bewonderden we eenabdij in Beaucaire. De abdij is eeuwen geleden uitgehakt in de rotsen, bovenop een berg heuvel. En de monniken begroeven hun overleden medemonniken daar ook: honderden graven uitgehakt in de harde rotsen, overal waar je kijkt. Midden in het complex. Maar ook over het randje, op een schuine helling. Te bizar voor woorden. Vanaf de bovenste laag van de abdij heb je een prachtig uitzicht over het Rhônedal, met in de verte bijvoorbeeld de Mont Ventoux en Avignon. De tussenliggende tijd van de vakantie werd vooral gevuld met rondhangen in het zwembad, lezen en… héél veel haken.

Het project dat ik als eerste afrondde, begon ik al een tijdje voor de vakantie. Ik wilde een ibiza-boho-stijl-achtig iets maken. Ik wist nog niet zeker of het een trui of een poncho zou worden, maar had bedacht dat ik met gehaakte vierkantjes de plank nooit mis zou slaan en begon dus gewoon maar. Ik was al een eind gevorderd met de poncho toen we weg gingen, haakte in de auto vrolijk verder en binnen een paar dagen was ie dan ook af. Ik gebruikte New Cancun van Katia, een linnenachtig aanvoelende katoen-acryl-mix. Het patroon van de blokken is de Finse granny square. Daarvan haakte ik er 36 en die haakte ik met wat boogjes aan elkaar tot een poncho. Nog wat franjes eraan (ik kwam echt nèt uit met mijn meegebrachte bollen garen) en klaar was mijn boho-inspired kledingstuk!

De poncho (met bewijs dat ik écht op vakantie haakte. Aan het zwembad nog wel!).

Daarna begon ik aan een omslagdoek in een ananasmotief, maar die is nog niet af. Ik heb er bewust even mee gewacht om hem af te ronden, omdat het een lekker makkelijk werkje is om mee te nemen naar hockeyclub, zwemles en aanverwante activiteiten die deze week weer van start gaan. Het motief is op de foto en in ongeblockte vorm nog niet zo mooi, maar ik weet wel zeker dat dat straks helemaal goed komt!

Ondertussen ben ik ook nog begonnen aan een luchtig zomertruitje. Dat idee kwam vorige week opééns opzetten en ik moest en zou hem nog even breien. Ook al heb ik geen idee of ik hem nog wel aan kan, zo mouwloos en nogal …euh… luchtig.  Hij vereist nog een dagje breiwerk, schat ik zo in. Dus ik hoop van ganser harte dat het deze week nog éven zomerweer wordt, zodat ik hem nog aan kan. En mens mag blijven dromen, nietwaar?

De ‘ananassjaal’ en het zomertruitje

Dan was er nog een gehaakte trui. Het eerste echt draagbare gehaakte kledingstuk dat ik maakte. Maar die verdient een eigen blogpost, vind ik. Dus even geduld tot overmorgen graag.

La Maison Victor – June Dress

Toen de uitnodiging voor de bruiloft van een van mijn liefste vriendinnen in de bus viel, wist ik het meteen: dit zou de uitgelezen gelegenheid zijn om eindelijk de June Dress van La Maison Victor (zomer 2014) te maken. Ik zag helemaal voor me hoe hij moest worden, van een effen stof en dan het liefst een beetje stoer, zodat het allemaal niet te zoet zou worden. En niet té bling-bling, zodat ik hem eventueel ook nog meer casual zou kunnen dragen met een paar slippers eronder of zo.
Ik ging neuzen bij Mondays Milk, die net de nieuwe collectie stoffen binnen hadden (wat natuurlijk héél gevaarlijk is, dat snapt u). Mijn oog viel op een mooie stof van Robert Kaufmann, Interweave chambray in de kleur ‘slate’, een beetje blauwgrijs. Een heerlijke, soepelvallende stof, die voor deze jurk net de juiste stevigheid had.  Natuurlijk kon ik het pand niet verlaten met slechts één stukje stof, maar daarover later misschien meer.

Mondays Milk

Ik was zo slim om eerst een testversie in een ander stofje te maken, en kwam toen tot de conclusie dat mijn taille totaal niet op de plaats zat waar LMV hem bedacht had. Waarschijnlijk hoort het model niet in de natuurlijke taille te vallen maar erboven, maar dat stond op mijn lijf niet heel geweldig. Een jurk op het breedste punt naar buiten laten staan bleek geen goed idee. Ik verlengde het bovenstuk daarom met 4 cm. Voor de rest hoefde ik niks aan te passen, hij zat als gegoten.

June Dress LMV

Het model is verrassend simpel om te maken. Toen ik uiteindelijk de schaar in de échte stof durfde te zetten, was ik dan ook vrij snel klaar. Een middagje knippen en locken, een half dagje naaien en daarna nog een uurtje (met de hand) omzomen. De enige echte moeilijkheid waar ik tegenaan liep was het beleg. Ik heb gevloekt en getierd en nog wilde het niet. Omdat het beleg onzichtbaar vast moet zitten bij zowel hals als armsgaten, moet je nogal ingewikkelde dingen doen (met keren door schoudernaden en zo) en dat was een hele toer. Maar na 3x uithalen had ik gelukkig een afwerking waar ik mee kon leven. Met het totaalplaatje ben ik zéér tevreden. Het is dat ik niet dagelijks een gelegenheid heb om een dergelijke jurk te dragen, anders zouden er nog veel meer volgen!

June Dress LMV

Ondertussen zat ik ’s avonds ook niet stil op de bank. Ik heb momenteel meerdere haakprojecten liggen (twee Ibiza-style zomertruitjes) en ook nog een breiwerkje (de al eerder genoemde Caramel Cardigan). Allemaal nog in progress. Eentje rondde ik al wel af, aangezien dat een klein (bij)cadeautje was voor de bruid van eerder genoemde bruiloft. Ik haakte weer een telefoonhoesje op de tapestry-manier. Ik hoop van ganser harte dat hij deze keer wél past, want al eerder maakte ik een versie die nèt te klein bleek.

 

South Bay shawl

Ergens voorbij Lyon begon ik eraan afgelopen jaar, de op internet alom geprezen South Bay Shawlette. Ik haakte tot ver in Zuid Frankrijk en toen we op de plaats van bestemming kwamen, was ik al een heel eind gevorderd. De hele vakantie en ook daarna haakte ik als een bezetene. Overal ging mijn haaksel mee naartoe (hockeytraining, zwemles…). Het patroon zat al snel in mijn vingers, maar met haaknaald 2,5 en een heel dun garen (Hema, ‘fine’) was het best een gepriegel. En naarmate de sjaal groter en de rijen dus langer werden, ging de lol er wel een beetje af. Steeds maar weer dat zelfde patroon met dat kleine haaknaaldje… Ik verzon allerlei excuses voor dringende-projecten-die-echt-eerst-moesten. Sjaals, telefoonhoesjes, noem maar op. Alles had opeens een hogere prioriteit. Maar met mijn laatste projecten afgerond had ik toch echt geen excuus meer. Nu moest ie af.

 

Toen ik de draad weer oppakte, bleek ik al best ver te zijn. Ik moest nog maar een paar rijtjes. Toen de strepen eenmaal in balans waren voor mijn gevoel, haakt ik er nog een randje met bolletjes aan. (Een tutorial daarvoor vindt u onder andere hier). En toen was de sjaal af. En was hij wel heel groot. Geen South Bay Shawlette, zoals het patroon het noemde, maar een heuse Shawl. Van punt tot punt is ie 2 meter. Wow.

Maar goed, al dat werk was niet voor niets, want ik vind hem helemaal geweldig geworden. Juist door het dunne garen komt het patroon heel mooi uit. En hij valt ongelooflijk soepel. Als omslagdoek, om mijn nek geslagen, geknoopt, het kan allemaal. Dus deze labour of love was de moeite echt waard! Ik draag hem dan ook bijna continu.

Een nieuw project kon natuurlijk niet uitblijven. Deze keer pakte ik de breinaalden op en begon ik aan het Caramel-vest (weer een gratis patroon via Ravelry). Voor mij de eerste keer dat ik a) een kledingstuk voor mezelf ga breien en b) dat ik een kledingstuk helemaal rond ga breien, dus zonder naden. Voorlopig snap ik het nog allemaal, maar ik ben benieuwd hoe het straks gaat. Want het patroon vraagt om het gebruik van sokkenbreinaalden (double pointed needles) bij het breien van de mouwen en die heb ik niet. Nou kwam ik op internet ook tutorials tegen voor de magic loop-methode waarbij mouwen met rondbreinaalden gebreid kunnen worden, dus daar ga ik me snel in verdiepen. Altijd leuk om een excuus te hebben om weer iets nieuws te leren!

Productie

Je zou zeggen dat ik na de interne verhuizing van de vorige keer en de carnavalsstress wel even rust verdiend had. Maar rust zit niet zo in mijn aard geloof ik. Dus na een weekje bijkomen (min of meer gedwongen, want ik liep een lichte hersenschudding op door het stoten van mijn hoofd tegen Floortje’s bed en zag een paar dagen niet zo helder) begonnen we aan verhuizing part two: onze slaapkamer naar beneden en die van Thijs naar boven. Hoewel de vorige verhuizing meer zooi en ook veel meer uitzoek- en naar-de-stort-breng-werk beheslde, was het deze vele malen zwaarder. Letterlijk, want er moest een boxspring ontmanteld worden en een enorme Ikea Pax-kast met glazen schuifdeuren. Er waren drama’s met doldraaiende schroeven (bed) en niet-te-tillen glazen deuren (van de kast – die echt tot op de laatste schroef uit elkaar moest om door het trapgat te passen). En algehele uitputting van alle betrokkenen, uiteindelijk. Ruim twee dagen buffelden we door, maar na het weekend konden we uitgeput en tevreden op onze lauweren rusten. Thijs blij, wij blij.

Toen de rust wedergekeerd was ontving ik een nieuwe telefoon en natuurlijk was daar weer een hoesje voor nodig. Dus ik haakte een uurtje (of twee) et voilá: mijn nieuwe maatje kan ook weer beschermd (en hip) door het leven. Volgens dezelfde methode gehaakt als de tablethoes die ik eerder maakte: tapestry-haken in een zelf bedacht driehoekjesmotief.

Met ook dat haakseltje uit de weg geruimd kon ik het niet langer uitstellen: de sjaal van WJ waar ik laaaaang geleden mee begon (zie Instagram) moest nu echt af, voor het straks lente is en hij er voorlopig niks meer aan heeft (althans, dat hopen we). Gelukkig liep ik ook nog wat achter bij het kijken van mijn favoriete series (Grey’s Anatomy en Scandal) en dus installeerde ik mezelf een paar avonden in bed met de laptop en mijn breiwerk (en een electrisch dekentje, kan het nog relaxter?) en binnen no time was ook die klus geklaard.
Het patroon is de Classic Cables Scarf, gevonden op de site van Lion Brand (gratis patroon als je je aanmeldt op de site – ook gratis). Er wordt gebruik gemaakt van een aantal gedraaide steken, wat een heel mooi effect geeft. Ik gebruikte voor deze sjaal 6 bollen Scheepjeswol Stonewashed XL. Heel jammer alleen dat mijn laatste bol een ander kleurbad bleek te hebben dan de rest (het was de laatste bol uit de winkel, dus ik had weinig keus). Maar goed, eenmaal omgeslagen zie je dat niet.

The making of. Vele uurtjes op de bank, in bed en in de kantine van de hockeyclub en het zwembad.

Alsof dat allemaal nog niet goed genoeg was, zette ik mezelf ook nog achter de naaimachine en maakte ik achtereenvolgens een Linden Sweatshirt, een Plantain T-shirt en een Zszsarokje. Maar daarover een andere keer meer.

Tablethoes

Onlangs stapten wij over op een ander televisieabonnement en als welkomstcadeau kregen we een tablet(je). Buiten dat het heel leuk speelgoed is, gaf dat natuurlijk ook weer wat te doen. Want een tablet zonder hoes, dat kan natuurlijk niet. De laatste tijd zag ik overal op internet ‘tapestry crochet’ langskomen en dit leek me het uitgelezen moment om die techniek eens uit te proberen.
Ik bekeek een tutorial op YouTube en concludeerde al snel dat het niet ingewikkeld was. Zó niet-ingewikkeld zelfs, dat een uurtje of twee later de hoes af was.

Deze week rondde ik ook nog een nieuwe colsjaal af. Na het zien van mijn vorige versie wilde mijn schoonzus er ook heel graag eentje, maar dan in het zwart. Dus ik pakte de breipennen weer op en binnen twee dagen was er weer een nieuwe colsjaal gebreid.

Verder ben ik begonnen aan een wat groter project: een kabelsjaal voor mijn man. Ik gebruik daarvoor de heerlijk zachte Scheepjeswol Stonewashed XL. Dat breit echt heerlijk weg. Het patroon plukte ik van de site van Lionbrand (gratis aanmelden). Ik paste het alleen wel ietsje aan, want met vier kabels werd de sjaal wel héél erg breed. Dus nu zijn het er drie. Ik moet zeggen dat ik me verbaas over het gemak waarmee ik die kabels brei. Ik dacht vroeger altijd dat dat hogere wiskunde was, maar dat blijkt dus héél erg mee te vallen! Ik nam het dus gewoon mee naar de hockeyclub, alwaar de trainingen weer begonnen waren.

Ook nog in de maak is een joggingbroek voor Floortje. Zij wil namelijk het liefst zachte broeken aan en ‘gewone’ joggingbroeken vind ik echt niet kunnen naar school toe. Op internet zag ik al meerdere malen het patroon voor de (mini) Hudson Pants langskomen en dat leek me een ideaal patroon: de broekspijpen zijn aardig smal en de bovenkant is wat wijder, waardoor het geheel net wat meer als een ‘gewone’ hippe broek oogt. Afhankelijk van de stofkeuze natuurlijk. Ik bestelde het patroon dus en na wat print- en plakwerk ben ik nu op het punt aanbeland dat ik de schaar moet gaan zetten in de mooie donkerblauwe Punto di Roma die ik nog had liggen. Brrr.

Voor in beeld trouwens nog een heerlijkheid die ik graag wil delen: de Paleo Applecrumble die ik vond op Oh My Foodness. 5 minuutjes voorbereiding, dan 25 minuten in de oven en daarna gezond smullen!