Zomeroutfit

Voor mijn verjaardag kreeg ik van mijn lieve buurvrouw een stuk linnen/katoen, dat erom schreeuwde om tot zomers rokje vermaakt te worden. Ik wilde al een tijdje iets van Cali Faye maken en op de site vond ik het ideale patroon voor de rok: de Basics Pocket Skirt. Het rokje is inderdaad heel basic: het zat in een middag in elkaar. De uitleg is heel erg goed en het patroon is heel simpel te volgen. Ik veranderde helemaal niets en hij zat meteen als gegoten. De blinde rits werd mijn blindste ooit: echt prachtig zit ie erin, je ziet hem totaal niet! En het topstitchen met twee naden naast elkaar ziet eruit alsof ik een tweelingnaald gebruikte, zo goed parallel zin de stiksels geworden. Dus ik ben hartstikke trots op het eindresultaat!

 

Erbij maakte ik het hemd dat op de site van Cali Faye ook bij de rok gedragen wordt: de Basics Tank. Ik kortte de schouderbanden in met 2 cm, anders had ik wel heel veel inkijk overal. Voor de afwerking gebruikte ik zelfgemaakt biaisband en ik moet zeggen: het is mijn mooiste afwerking ooit geworden. Daar ben ik echt trots op!

Het hemd doet het ook leuk op een spijkerbroek of onder een vestje. Ik heb er al heel veel plezier van gehad! Ik maakte hem nu in zwarte tricot die ik nog had liggen, maar ik kan me voorstellen dat het shirt in een geweven stof ook heel mooi tot zijn recht komt.

Nu is het wachten alleen nog op betere temperaturen, zodat ik ook eindelijk de combinatie eens aan kan…

Advertenties

T-shirt Jasmin

Een paar jaar geleden kocht ik -zwaar in de uitverkoop- een héle grote lap stof. Ik had toen nog geen idee wat ik ermee moest, maar ik móest hem hebben. Heel soepelvallend, grijs, wat wil een mens nog meer. Ook al is het printje voor mijn doen wat heel heftig. Toen ik ergens op een blog het T-shirt Jasmin van Cosy Little World zag, wist meteen wat ik met die stof moest doen.

Het naaien was een fluitje van een cent, ware het niet dat ik niet goed heb gekeken toen ik de boel in elkaar ging zetten en alle delen met de verkeerde kant naar buiten aan elkaar had gezet. Door de drukke print was het heel moeilijk om goed te zien wat de goede kant was (dacht ik, want een dag later was alles héél helder en snapte ik niet hoe ik die fout ooit had kunnen maken).
Maar dat naaien had ik dus met de lockmachine gedaan. Overal. Zucht. Eerst wou ik het nog zo laten, maar ik wist van tevoren al dat ik me dan verschrikkelijk zou gaan ergeren. Dus alles toch maar losgetornd en in een middagje weer met de goede kant naar buiten in elkaar gezet.

De V-hals lukt erg goed, zeker aangezien het de eerste keer was dat ik dat deed. De rimpeling op het achterpand is heel subtiel, maar net genoeg om het shirt een beetje fladderig te maken. Op een goede manier.

 

Et voilá: het ideale zomershirt! Nu de zomer nog…

 

Ja echt, ik leef nog

Het lijkt wel of ik elk jaar wel een keer een blog maak met de strekking ‘kent u mij nog, ik ben hier zo lang niet geweest’. En dan volgt een rits aan gebeurtenissen waardoor ik er niet ben geweest. Deze keer geen excuses. Life happened, zullen we maar zeggen. Hockey, school, huishouden, pogingen tot fit worden, u kent het wel. Al schaam ik mij diep dat het maar liefst negen maanden heeft geduurd voor ik mij hier weer eens liet zien (nee, dat getal wil niks zeggen en is purely coincidental).

Ondertussen zat ik niet stil. Maar elke keer kwam ik maar niet tot het het schrijven van een verhaaltje en het nemen van foto’s (het weer was nou ook niet echt fotoshootwaardig he…). Dus in de komende ‘afleveringen’ volgt er een kleine samenvatting van mijn activiteiten van de afgelopen tijd. Voor mijn gevoel was ik vooral bezig met breien en haken, maar toen ik zo eens mijn kledingkast en die van de kinderen bekeek, bleek ik toch ook nog wat genaaid te hebben. Tsjonge.

Een interne verhuizing maakte het een tijdje lang lastig om tot naaien te komen. We gaven de werkkamer van WJ op om een gameroom te maken voor de kinderen (Wat een uitvinding! Rust in de woonkamer! Niet meer de hele middag mogen meegenieten van Fifa15!), maar daardoor moest ik mijn werkplek opeens delen met WJ. En de opstelling die we in eerste instantie hadden, bleek niet zo heel erg uit te nodigen tot naaiactiviteiten. Te krap, te weinig licht, geen plek om patronen te kunnen tekenen. Gelukkig zag ik een paar weken geleden het licht, schoof weer wat met de meubels en ja hoor, mijn sew mojo is weer terug.

Ik maakte een nieuwe versie van de Hudson Pants voor mezelf. Wát een fijn patroon is dat. Je hebt zo’n broek echt in een middag in elkaar, zo simpel is ie. Hij zit als gegoten, zonder aanpassingen. Door het gebruikte materiaal (een hele soepele joggingstof met ingeweven reliëf – wat niet op de foto te vatten valt) valt deze versie wel iets ruimer dan de eerste die ik maakte, maar hij is toch nog zeker draagbaar. En ont-zet-tend comfortabel. Ik merk wel dat ik toch nog niet helemaal gewend ben aan de joggingbroek-op-chic trend (maar misschien is dat ook wel omdat ik er voor mijn gevoel niet de juiste schoenen bij heb – als vrouw moet je altijd een excuus verzinnen voor nieuwe, toch?). Dus ik draag ze vooral voor sportieve *uche* activiteiten (lees: als ik ’s avonds op de bank hang). Jammer dat ik niet eerder tot het maken van foto’s kwam, want de stof blijkt niet zo goed bestand tegen knieën en andere rondingen, dus hij is op wat plaatsen gaan lubberen. Desalniettemin vond in hem toch nog wel fotowaardig genoeg. Ware het niet dat je op de foto geen fluit ziet eigenlijk. En dat ik vergat een foto te nemen met mezelf erin. Maar misschien is dat geen gemis.

Voor Thijs maakte ik ook een paar (Mini) Hudson Pants. Door stofgebrek gebruikte ik bij zijn broek twee verschillende stoffen, maar dat geeft de broek juist iets extra’s, vinden we allebei. Hij is er in ieder geval dolblij mee en heeft de broek meteen gebombardeerd tot zijn lievelingsbroek. En dat wil wat zeggen, uit de mond van Mister Joggingbroek himself. Helaas is de broek nu eigenlijk alweer aan de korte kant, dus er zal binnenkort wel weer een nieuwe exemplaar van de band moeten rollen. Nou ja, dat is inmiddels een fluitje van een cent!

Ananassjaal

Toen we op vakantie gingen van de zomer, had ik dringend behoefte aan een nieuw project. Ik had voor vertrek prachtige wol gevonden, Tosca Light van Lang Yarns, en ik wilde daar eigenlijk een herfstige omslagdoek van maken. Met een eenvoudig patroon, een corner-to-corner steek of zo. Maar ook had ik al tijden het plan om een ananassjaal te maken. En als je dan in een oververhit Zuid Frankrijk zit, is een luchtig project vele malen aantrekkelijker. En bovendien wilde ik iets met een beetje uitdaging en die corner-to-corner leek me wat saai. Het werd dus de ananassjaal.

Het duurde even voor ik het patroon begreep en het ananasmotief in de vingers kreeg, maar toen ik dat eenmaal door had ging het als een speer. Ik heb me echt moeten inhouden om hem niet op vakantie al af te maken, want ik wilde in de auto terug ook nog wat te doen hebben. En eenmaal thuis op de hockeyclub ook. Dus ik deed het rustig aan.

 

Maar vorige week was het dan toch echt zover: ik haakte de laatste rij en de sjaal was af. Het leek eerst niet echt mooi geworden, het was een beetje een verfrommeld hoopje sjaal (zie ‘Vakantie en zo‘). Maar na het blocken (wat ben ik blij met mijn blocking wires!) kwam er een prachtig motief tevoorschijn.

 

 

Achteraf gezien was dit patroon mooier geweest in een effen garen. En was het gemêleerde garen mooier geweest voor een wat eenvoudigere sjaal. Eigenlijk zoals ik oorspronkelijk ook al had bedacht. Maar goed, al doende leert men. En met dit eindresultaat ben ik meer dan tevreden. Hij is ook precies op tijd af nu de herfst in al zijn glorie begonnen is. Zoals het weer nu is, mag het van mij tot april wel blijven. Prachtige herfstkleuren, zonnetje erbij en sjaal om… dit is echt genieten!

 

De Fair Isle Sampler II Knitalong

Het vest was af en meteen wilde ik een ander breiproject starten. Zoals ik de vorige keer al schreef: ik ben altijd op zoek naar een nieuwe uitdaging. Fair Isle breien is iets wat ik altijd al wilde kunnen, ook al leek me dat héél ingewikkeld. Ik deed in het verleden al een poging op kleine schaal met een telefoonhoesje, maar nu wilde ik iets groters. Om het écht in de vingers te krijgen. Het ultieme doel is natuurlijk ooit een geweldige IJslandse lopapeysa te maken, maar dan moet ik de techniek wel eerst wat verfijnen. Al Googlend kwam ik uit op de site van Wieke van Keulen, die een Fair Isle Sampler Knitalong heeft gemaakt. Vorig jaar was er deel 1, en dit jaar nog eentje, waarvan de motieven me iets meer aanspraken. Het leek me enorm leuk om daaraan mee te doen, dus ik sloeg een berg acryl van de Zeeman in en ging aan de slag.

Meteen bleek al dat ik eerst een nieuwe techniek onder de knie moest krijgen: twee-handig breien. Deze techniek wordt in het Fair Isle breien gebruikt om te zorgen dat de twee draden waarmee tegelijk gewerkt wordt niet in de knoop raken. De techniek houdt in dat je met je linkerdraad continentaal breit en tegelijkertijd met je rechterhand op de (voor de meeste mensen) ‘normale’ manier. Nou brei ik altijd continentaal, dus het was even wennen om die rechterhand ook aan het werk te zetten. Op de site van Philosopher’s Wool staat een duidelijk filmpje met uitleg hoe dat dan in zijn werk gaat. Na veel oefenen op een proeflapje lukte dat uiteindelijk aardig en ben ik begonnen aan de sampler. Ik merk dat ik het nog wel lastig vind om niet te strak te breien, de boel trekt een beetje. Hopelijk krijg ik het losser breien nog in de vingers en/of wordt de boel nog wat platter na het blocken…

Kijk mama, met twee handen

Inmiddels zit week 3 erop en ben ik aan week 4 begonnen. Zo leuk om de patronen te zien groeien! Ik ben heel benieuwd hoe de sjaal uiteindelijk gaat worden en wat ik nog meer ga leren. Ik heb al begrepen dat hij uiteindelijk doorgeknipt zal moeten worden (Je breit het hele ding als een ronde koker en daarna moet ie dus verticaal doorgeknipt worden – ieks!), en er dan een mooie afwerking aan komt. Op de site van Kate Davies wordt die techniek (‘steeking’ in het Engels) duidelijk uitgelegd en dan lijkt het meteen een stuk minder eng. Maar toch… Ik ben heel benieuwd naar het eindresultaat. Maar tot die tijd zullen we nog even geduld moeten hebben, want er is nog maar een héél klein stukje sjaal gebreid.

Week 1 t/m 3.

Maar toen… kwam er een halverwege week 4 een change of heart, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen. Na wat heen en weer ge-instagram besloot ik dat échte wol toch veel mooier zou zijn voor dit project. Ik wist niet of het knippen wel goed zou gaan met acryl, overal wordt daarvoor toch echte wol aangeraden, omdat dat mooi ‘in elkaar haakt’. En het werd ook een redelijk dik, stug pakket met de acryl. Dat zou nooit een lekkere sjaal worden. Dus ik bestelde een berg Drops Alpaca bij Webwolletje (de aanstichter van het kwaad, haha), in een kleurenschema dat geïnspireerd werd door deze prachtige muts naar ontwerp van Kate Davies (ik ben fan!). Dus nu… ga ik weer helemaal opnieuw beginnen.
Natuurlijk gooi ik het stuk wat ik tot nu toe heb gemaakt niet weg. Dat wordt een colsjaal. Zo heb ik er toch nog wat aan. Oh well…

Kimono Top nr. 2

Een tijdje geleden maakte ik voor mezelf een Kimono Top van Salme Sewing Patterns. Ik kocht meteen ook een kinderversie van het patroon, want ik voorzag dat het Floortje ook heel leuk zou staan. De stof had ik ook al liggen, een geweldige double knit van Nani Iro, Corsage Watayuki genaamd. De stof voelt heerlijk zacht en soepel aan, ik zou hem zelf ook zo aan willen. Maar goed, Floortje had deze zelf uitkozen, dus hij was voor haar.


Ik knipte de stof uit en daarna ontbraken zowel puf als tijd, dus het duurde even tot ik ermee verder ging. Maar toen ik dat eenmaal deed, was het het snelste project ooit. In minder dan een uur was het shirt klaar. En bij thuiskomst was het kind blij. Wat wil een mens nog meer.

Foto’s maken tijdens de ochtendspits is een… euh… uitdaging. Als je net terug komt van de tandarts ook.

Caramel Cardigan

Ik heb een patroon bij mezelf ontdekt: elk nieuw project dat ik aanga, moet minstens één nieuwe techniek bevatten. Een nieuwe steek, een andere manier om te breien, een raar trucje, als er maar een uitdaging in zit. Een nieuw breiproject moest dan ook vooral niet te saai zijn. Gelukkig kwam ik een leuke tegen die ik wel aandurfde. Het patroon vond ik op Ravelry, heet de Caramel Cardigan en is er eentje van Isabell Kraemer, die héél veel leuke patronen heeft gemaakt. Ik dook er head first in en zou wel zien waar het schip strandde.

Ik ging dus enthousiast aan de slag en nam het vest-in-wording overal mee naar toe. Op de hockeyclub werd ik al snel bekend als ‘die mevrouw die altijd breit’ en ik had een wekelijkse schare bewonderaars (vooral meegekomen oma’s, haha) die mijn continentaal rondbreien héél bijzonder vonden.

Overal werd er gewerkt aan het vest… Op de bank, op de club, in de tuin…

Het is een leuk vest om te breien, niet moeilijk, maar toch met -voor mij- een hoop nieuwe technieken. Niet dat ze allemaal in het patroon staan, maar het maakte het leven een stuk gemakkelijker om er zelf wat bij te verzinnen. Zo wordt het vest top-down gebreid, je begint dus bij de hals en gaat van daar in één keer door. De steken voor de mouwen worden tijdelijk geparkeerd op een draadje en daarna worden de mouwen er meteen aangebreid; er zit een leuke nep-naad in waardoor het net lijkt alsof het vest toch uit verschillende stukken bestaat. Voor de mouwen gebruikte ik de magic loop-methode, dat deed ik ook nog nooit eerder. Met de magic loop kun je ook kleinere stukken rondbreien, zonder daarvoor 4 (sokken)naalden met twee punten te hoeven gebruiken. En ik leerde een techniek om jogless stripes te maken -een manier om strepen naadloos in het rond te breien zonder dat ze gek verspringen op het punt waar ze bij elkaar komen.

Het einderesultaat met rechts de net-echte ‘naden’

Tot het begin van de zomer breide ik enthousiast verder. Maar toen werd het buiten warmer en werd het vest zo groot dat het te warm werd om hem op schoot te houden. Hij ging dus even de kast in. Na de zomervakantie raakte ik echter door mijn projecten heen en dus kwam hij weer tevoorschijn. Het afmaken van de mouwen bleek niet zo heel veel werk en dus was het vest binnen een week af.

Tadaa!

Hij is voor mijn gevoel ietsje te breed en ietsje te kort geworden. Maar dat mag de pret niet drukken. Het is een leuk, comfortabel ding geworden, waar ik deze herfst zeker plezier van ga krijgen.