Fair Isle Knit-along

Vorig jaar schreef ik al dat ik graag fair isle wilde leren breien. Om het te leren ging ik meedoen met de knit-along van Wieke van Keulen, waarin alle basics duidelijk werden uitgelegd. Ik begon eerst met de welbekende Zeeman-acryl, maar dat gaf toch niet echt een mooi effect. Het was te dik en zag er ook goedkoop uit. Na een leuk ‘gesprekje’ op instagram ben ik overstag gegaan en kocht ik echte wol, Drops Alpaca. Het was even wennen om met zo’n dun garen te breien, maar uiteindelijk kreeg ik de slag goed te pakken.

Voor wie het niet weet: fair isle brei je het liefst in het rond, op een rondbreinaald. Je krijgt dan dus een lange gebreide koker, die in een later stadium doorgeknipt zal moeten worden om zo een platte lap te krijgen. Ieks. Dat breien doe je met twee draden tegelijk, waarbij je de ene draad/kleur in de ene hand houdt en de andere in de andere hand. Je breit dan dus met de ene hand ‘continentaal’ en met de andere hand ‘gewoon’.

Ik heb me erover verbaasd hoe snel ik dat breien met twee draden onder de knie had. Uiteindelijk leek het allemaal wel vanzelf te gaan. Ik merkte aan mijn breisel hoe mijn breitechniek veranderde naarmate ik verder kwam. Onderin was het allemaal heel strak en vrij onregelmatig, naar het einde toe mooi recht en gelijkmatig. Het was elke week weer spannend wat het volgende patroon zou zijn, dat maakte het breien extra leuk!

Na het breien kwam het engste deel: het doorknippen van de gebreide ‘rol’. Echt doodeng was dat, want wat nou als de boel zou gaan lostornen? Maar gelukkig was mijn versteviging langs de kanten goed genoeg en bleef alles goed in elkaar zitten. Wat een opluchting!

Het vervelendste deel vond ik nog de aangebreide bies ter afwerking. Want, mijn hemel, wat was die sjaal lang en breed. En wat duurde het dus lang voor ik die (saaie!) bies af had. Maar goed, uiteindelijk was het allemaal de moeite waard, wát een indrukwekkende lap!

Jammer alleen dat toen bleek dat mijn sjaal wat scheef was. Doordat mijn techniek wat veranderde tijdens het breien, was de boel onder bijna 15 sm smaller dan boven. Als dat nog maar goed kwam! Gelukkig bleek mijn angst ongegrond. Na wassen met Eucalan en blokken (wat een enorme lap, waar laat je zoiets!) kwam er een prachtige sjaal tevoorschijn! Helemaal recht, ontzettend zacht en alle onregelmatigheden waren als sneeuw voor de zon verdwenen.

Ik zou bijna zeggen ‘ik kan haast niet wachten tot ik hem weer om kan’, maar ik zou graag toch eerst nog een beetje zomer krijgen.

Advertenties

De Fair Isle Sampler II Knitalong

Het vest was af en meteen wilde ik een ander breiproject starten. Zoals ik de vorige keer al schreef: ik ben altijd op zoek naar een nieuwe uitdaging. Fair Isle breien is iets wat ik altijd al wilde kunnen, ook al leek me dat héél ingewikkeld. Ik deed in het verleden al een poging op kleine schaal met een telefoonhoesje, maar nu wilde ik iets groters. Om het écht in de vingers te krijgen. Het ultieme doel is natuurlijk ooit een geweldige IJslandse lopapeysa te maken, maar dan moet ik de techniek wel eerst wat verfijnen. Al Googlend kwam ik uit op de site van Wieke van Keulen, die een Fair Isle Sampler Knitalong heeft gemaakt. Vorig jaar was er deel 1, en dit jaar nog eentje, waarvan de motieven me iets meer aanspraken. Het leek me enorm leuk om daaraan mee te doen, dus ik sloeg een berg acryl van de Zeeman in en ging aan de slag.

Meteen bleek al dat ik eerst een nieuwe techniek onder de knie moest krijgen: twee-handig breien. Deze techniek wordt in het Fair Isle breien gebruikt om te zorgen dat de twee draden waarmee tegelijk gewerkt wordt niet in de knoop raken. De techniek houdt in dat je met je linkerdraad continentaal breit en tegelijkertijd met je rechterhand op de (voor de meeste mensen) ‘normale’ manier. Nou brei ik altijd continentaal, dus het was even wennen om die rechterhand ook aan het werk te zetten. Op de site van Philosopher’s Wool staat een duidelijk filmpje met uitleg hoe dat dan in zijn werk gaat. Na veel oefenen op een proeflapje lukte dat uiteindelijk aardig en ben ik begonnen aan de sampler. Ik merk dat ik het nog wel lastig vind om niet te strak te breien, de boel trekt een beetje. Hopelijk krijg ik het losser breien nog in de vingers en/of wordt de boel nog wat platter na het blocken…

Kijk mama, met twee handen

Inmiddels zit week 3 erop en ben ik aan week 4 begonnen. Zo leuk om de patronen te zien groeien! Ik ben heel benieuwd hoe de sjaal uiteindelijk gaat worden en wat ik nog meer ga leren. Ik heb al begrepen dat hij uiteindelijk doorgeknipt zal moeten worden (Je breit het hele ding als een ronde koker en daarna moet ie dus verticaal doorgeknipt worden – ieks!), en er dan een mooie afwerking aan komt. Op de site van Kate Davies wordt die techniek (‘steeking’ in het Engels) duidelijk uitgelegd en dan lijkt het meteen een stuk minder eng. Maar toch… Ik ben heel benieuwd naar het eindresultaat. Maar tot die tijd zullen we nog even geduld moeten hebben, want er is nog maar een héél klein stukje sjaal gebreid.

Week 1 t/m 3.

Maar toen… kwam er een halverwege week 4 een change of heart, zoals de Engelsen dat zo mooi zeggen. Na wat heen en weer ge-instagram besloot ik dat échte wol toch veel mooier zou zijn voor dit project. Ik wist niet of het knippen wel goed zou gaan met acryl, overal wordt daarvoor toch echte wol aangeraden, omdat dat mooi ‘in elkaar haakt’. En het werd ook een redelijk dik, stug pakket met de acryl. Dat zou nooit een lekkere sjaal worden. Dus ik bestelde een berg Drops Alpaca bij Webwolletje (de aanstichter van het kwaad, haha), in een kleurenschema dat geïnspireerd werd door deze prachtige muts naar ontwerp van Kate Davies (ik ben fan!). Dus nu… ga ik weer helemaal opnieuw beginnen.
Natuurlijk gooi ik het stuk wat ik tot nu toe heb gemaakt niet weg. Dat wordt een colsjaal. Zo heb ik er toch nog wat aan. Oh well…