I told you so…

Het was ook te mooi om waar te zijn. Ik had het kunnen weten. En eigenlijk had ik het zelf al voorspeld. Maar… na één keer dragen viel mijn nieuwe blouse min of meer uit elkaar. Niet dat ik er iets geks mee deed. Veel meer dan de kinderen van school halen en bij de zwemles zitten deed ik er niet mee. Maar kennelijk was dat al teveel.

Ik dacht eerst dat het maar een klein gaatje was, maar nadere inspectie leverde op dat er eigenlijk geen enkele naad meer intact was. Op sommige plaatsen kon mijn hele hand erdoor. Op plaatsen waar dat niet de bedoeling was. Dus in de prullenbak ermee. Nou ja, ik heb er inténs van genoten, die ene dag.

Bye bye blouse…

Advertenties

Leo Bohemian, oftewel de blouse die wel heel veel tijd in beslag nam

46 weken gelden, zo vertelt Instagram mij, begon ik aan een blouse. De Leo Bohemian, uit een oude Ottobre (5/2013). Een leuke peasant blouse wilde ik al heel lang maken, en dit leek mij het ideale model.
Vol enthousiasme begon ik eraan, maar al bij het snijden kwam ik erachter waarom de stof maar 1,50 per meter kostte. Doffe ellende. Het gleed en glibberde, rafelde als je er alleen maar naar keek. Spelden lieten gaatjes achter en een ladder op de koop toe. Waar was ik aan begonnen.

Toch streed ik dapper door. Het paspeltje langs de pas aan de voorkant vond ik nog leuk om te doen. Maar tegen de tijd dat ik bij de teeny tiny mouwsplitten aankwam, wilde ik het ding wel uit het raam gooien. (Al eens geprobeerd, een mini-biaisbandje van rafel-glibber-stof aan een rafelig stuk glibberstof zetten? Lachen joh!) Toen kwam ik er ook nog eens achter dat ik de mouwen er achterstevoren in had gezet én dat de mouwen (en de schouders) veel te groot, wijd en pofferig waren. Dat alles zag ik natuurlijk pas toen ik de mouwnaad al twee keer genaaid had. En daarna had gelockt. Toen zonk de moed mij in de schoenen en smeet ik het ding in de hoek. Ik was er helemaal klaar mee. Game over.

De rafelende hoop ellende vorig jaar.

Maar met de verhuizing van mijn werkkamer kwam ik het ding weer tegen en toch sprak het me weer aan. Leuk model, leuk patroontje op de stof… maar er moest wel iets mee gebeuren. De hals en mouwen waren nog niet afgewerkt en de pasvorm klopte niet. Eerst wilde ik het ding nog lostornen, maar al gauw bleek dat een verloren zaak. Omdat hij toch te groot was pakte ik het radicaal aan: ik knipte 1 cm langs alle naden en zette het ding helemaal opnieuw in elkaar. Dat ging natuurlijk weer niet zonder slag of stoot. De locknaden vielen er vanzelf af en eenmaal in elkaar gezet bleek ook een zijnaad spontaan weer los te gaan. Maar goed, uiteindelijk was ie dan toch klaar. Ik zou eigenlijk de naden nog moeten strijken, maar ik herinner mij een poging (van 46 weken geleden) waarbij de stof spontaan begon te smelten en daarna nog steeds niet plat was, dus dat laat ik maar even zitten.

Rood knoopje om te passen bij het rode paspelbandje bij de hals, aan alles is gedacht

Hoe vaak ik hem aan zal kunnen voor hij uit elkaar valt weet ik niet. Maar voor even heb ik er in ieder geval weer een leuke blouse bij.

Linden, Plantain en ZsaZsa

Zoals ik vorige keer al schreef, zat de productie er goed in de afgelopen week. Met alle verhuisperikelen achter de rug kon ik mij eindelijk echt lekker terugtrekken in mijn nieuwe werkkamer en had ik weer inspiratie voor een paar snelle projecten.

Ik begon met het Linden Sweatshirt van Grainline. Dat patroon stond al een tijdje op mijn verlanglijstje. Na de worsteling van het in elkaar plakken van het patroon pakte ik er enthousiast de stof bij die ik in gedachten had, maar helaas bleek dat niet te passen. Ik ging daarom voor een stof die ik eigenlijk helemaal niet zo mooi vond, ooit gekocht in een vlaag van verstandsverbijstering aanbieding. Legergroene stretchstof in een soort van double-gauze met een reliëf erin. Ik had er eerlijk gezegd weinig vertrouwen in. Maar tot mijn grote verbazing had ik een klein uurtje later een geweldige trui in elkaar gelockt. Misschien nog wel een van mijn meest favoriete maaksels tot nu toe. Hij zit heerlijk, de pasvorm is goed en is lekker warm. Wat wil een mens nog meer?

Het funky stofje van de trui

Na de sweater besloot ik de mappen op mijn laptop eens door te spitten, want ik heb in de loop der jaren een hoop patronen gedownload waar ik nog niks mee gedaan heb. In die digitale brij kwam ik ook het (gratis) patroon van het Plantain T-shirt van Deer & Doe tegen. Een heel basic patroon voor een t-shirt. NIks meer, niks minder. Ik had meteen een stof in gedachten, een taupekleurige punto di roma (toch wel makkelijk, zo’n enorme stash). Maar wederom bleek ik te weinig te hebben (the story of my life). Het zou wel uitkomen als ik een van de panden in twee delen zou knippen. Laatst hoorde ik bij de Great British Sewing Bee de geweldige opmerking “If you can’t hide it, make it a feature”. Dus ik deed precies dat: ik knipte het voorpand radicaal doormidden en stikte de naad door met een tweelingnaald. En dat werkte. Net even anders dan anders is het shirt zo, en daarom extra leuk. Dus daar gaan er meer van volgen. Al dan niet met naad op het midden.

If you can’t hide it… (in het echt overigens zonder rare vlek)

De flow was nog niet voorbij, want toen afgelopen zaterdag het zonnetje scheen kreeg ik de lente in mijn bol en had ik ineens behoefte aan een vrolijk rokje. Nou hang ik altijd een beetje tussen stijlen in. Vaak ga ik voor basic, monochroom, strak. En soms wil ik zomaar ineens bloemetjes en knalkleuren, King Louie-stijl. Ik had nog een bloemetjesstofje liggen van een Stoffenspektakel van jaren geleden, dat werkelijk King Louie schreeuwde. Dus dat was snel bekeken. Ik gebruikte het patroon van een A-lijnrokje van Madame Zsazsa. Ik nam een maatje kleiner dan ik normaal neem, in verband met de rekbaarheid van de tricot. Ik maakte er een dubbele pas in voor wat meer stevigheid en zette er een elastiek in. Laat de lente maar komen, ik ben er klaar voor!

Oh ja. Deze wilde ik u niet onthouden. Het zat er al vroeg in, zullen we maar zeggen. (Ik was 6 op deze foto en had het naaimachientje voor mijn verjaardag gekregen. Kan me niet herinneren dat ik er veel mee deed en herinner me vooral veel gedoe met vastlopende onder- en bovendraden, maar toch…)

Carnaval, of hoe ik langzaam bijna ten onder ging

Hier in het midden van het land vieren we geen carnaval zoals beneden de rivieren. Toch wordt er op school wel één ochtend wat aan gedaan en dan is het wel leuk om verkleed te gaan. Thijs wou als Draco Malfidus (uit Harry Potter – hij is een groot fan) en Floortje als koningin Elsa (uit de geweldige film Frozen). Leuke projecten dacht ik zo.

De echte Draco Malfidus

De echte koningin Elsa

Al ver van tevoren zocht ik op Pinterest de nodige informatie bij elkaar. Gedetailleerde plaatjes van de outfits en bijbehorende accessoires, bijbehorende patronen en tutorials. Thijs moest een mantel, een stropdas, een toverstok en een sjaal. En Floortje een prinsessenjurk van verschillende glimstofjes en een ingebouwd sleepje.

Ik begon vast met het breien van een sjaal voor Draco. Ik kocht de benodigde stoffen en had nog zeeën van tijd. En toen bedacht ik dat Floortje toch wel een keer een andere kamer moest. En met andere kamer bedoel ik niet ‘haar bestaande kamer ánders’, maar ‘haar kamer naar boven verhuizen en mijn werkkamer naar beneden’. En zelfs dat maakt de ingewikkeldheid van het project nog niet helemaal duidelijk. Mijn werkkamer deed namelijk de afgelopen jaren tevens dienst als zolder/opslagruimte. De helft van die (grote) kamer stond dus vol met zooi. Veel zooi. Variërend van oude schoolboeken van WJ en mij tot home-deco-spul, van klusmaterialen tot je-weet-maar-nooit-waar-je-het-voor-nodig-hebt-spul.

Het begon met ‘Ik ga vast wat door de zooi heen kijken, dan kunnen we na carnaval wel kijken hoe we verder gaan’. Maar voor ik het wist was ik twee ritjes per dag naar de kringloop aan het maken, stond ik een kamer te witten en was ik met dozen de trap op en af aan het lopen. Wat een paar dagen voorbereidend werk had moeten worden, werd een week flink bikkelen. Maar het resultaat mag er wezen: Floortje is dolblij met een kamer die twee keer zo groot is (nu heeft ze eindelijk hetzelfde formaat kamer als Thijs – zijn we daar ook weer van af). En ik ben heel blij dat ik nu een verdieping lager zit en voor mijn gevoel de kinderen wat beter in de gaten kan houden en minder weggestopt zit.

Floortje’s kamer – Panoramafoto’s blijven lastig… ons meubilair is niet scheef!

Mijn domein. Alles heeft een eigen plekje kunnen krijgen. En nee, ik heb niet teveel stoffen. Echt niet.

Maar goed… toen was er dus minder dan een week te gaan tot carnaval en was ik -behalve een voor drie kwart gebreide sjaal voor Draco- nog niet erg opgeschoten. Ik begon op zondag dus met goede moed (en een enigszins opgejaagd gevoel) aan de mantel voor Draco. Ik had op internet wel wat gratis patronen gevonden, maar die bleken allemaal toch niet zo gratis of überhaupt niet meer verkrijgbaar. Toen tekende ik maar zelf iets. Als basis nam ik het patroon voor een winterjas uit de Ottobre en behalve de schouders en de mouwkoppen liet ik daar niets van heel. Alles werd langer, groter, wijder. De zwarte mantel werd gevoerd met een groene stof en voorzien van de officiële badge van Zwadderich/Slytherin (geprint op transferpapier en op de mantel bevestigd) en kreeg aan de binnenkant een geheim zakje voor het opbergen van de toverstaf (die ik maakte van een bamboe plantenstokje).

Draco Malfidus. Op de blik is hard geoefend. Hij heeft de rest van de dag zo gekeken.

Dinsdag begon ik vol goede moed aan de Elsajurk. Ik had verwacht in mijn stapel patronen wel iets passends te vinden dat ik kon verbouwen, maar helaas. Alle patronen voor meisjesjurken hadden raglanmouwen of verkeerde lijfjes (te kort, te lang, you name it). Dat zou dus niets worden. Paniek! Ik spitte in mijn geheugen waar ik dergelijke jurkjes eens gezien had en kwam op ‘Stof voor durf-het-zelvers‘, een boek dat inmiddels beroemd is in blogland. Maar ja, dat boek had ik niet. Godzijdank kwam ik op het heldere idee in de catalogus van de bieb te zoeken en tot mijn opluchting hadden ze hem in een dorp verderop. En die bieb ging een kwartier later open. Dus ik daarheen geraced, terug geraced en nog voor de lunch had ik de jurk getekend met de nodige aanpassingen en de stoffen gesneden.

Koningin Elsa van Arendell

Natuurlijk waren we er toen nog niet, want het bleek geen sinecure om alles precies volgens de wensen van koningin Elsa te krijgen. Het sleepje moest op precies de juiste manier tussen het lijfje en de bovenkant gezet worden (dat Elsa een digitaal getekend personage is en niet alles bij haar volgens de regels der zwaartekracht is boeide dochterlief niet zo), de mouwen moesten preciés het juiste ‘puntje’ hebben etc. Het kostte de nodige hoofdbrekens om alles precies naar wens te krijgen. De glibberstoffen bleken redelijk dramatisch om mee te werken, zodra je het werkstuk optilde, vielen links en rechts de spelden eruit. En de stof van de sluier bleek zó rafelig, dat tot drie keer aan toe de locknaad er gewoon af viel. Ja, dat kan echt. Uiteindelijk heb ik tot donderdagavond tien uur gezwoegd om alles af te krijgen, maar op vrijdagochtend stond mijn grut stralend op het schoolplein. En daar doe je het dan voor he…

Staatsieportret

Oh ja, en als je dan gezworen hebt het eerstkomende halfjaar de naaimachine niet meer aan te raken, dan zit je zomaar ineens samen met je dochter een Elsajurk voor haar favoriete knuffel te maken… Tsja.

Tablethoes

Onlangs stapten wij over op een ander televisieabonnement en als welkomstcadeau kregen we een tablet(je). Buiten dat het heel leuk speelgoed is, gaf dat natuurlijk ook weer wat te doen. Want een tablet zonder hoes, dat kan natuurlijk niet. De laatste tijd zag ik overal op internet ‘tapestry crochet’ langskomen en dit leek me het uitgelezen moment om die techniek eens uit te proberen.
Ik bekeek een tutorial op YouTube en concludeerde al snel dat het niet ingewikkeld was. Zó niet-ingewikkeld zelfs, dat een uurtje of twee later de hoes af was.

Deze week rondde ik ook nog een nieuwe colsjaal af. Na het zien van mijn vorige versie wilde mijn schoonzus er ook heel graag eentje, maar dan in het zwart. Dus ik pakte de breipennen weer op en binnen twee dagen was er weer een nieuwe colsjaal gebreid.

Verder ben ik begonnen aan een wat groter project: een kabelsjaal voor mijn man. Ik gebruik daarvoor de heerlijk zachte Scheepjeswol Stonewashed XL. Dat breit echt heerlijk weg. Het patroon plukte ik van de site van Lionbrand (gratis aanmelden). Ik paste het alleen wel ietsje aan, want met vier kabels werd de sjaal wel héél erg breed. Dus nu zijn het er drie. Ik moet zeggen dat ik me verbaas over het gemak waarmee ik die kabels brei. Ik dacht vroeger altijd dat dat hogere wiskunde was, maar dat blijkt dus héél erg mee te vallen! Ik nam het dus gewoon mee naar de hockeyclub, alwaar de trainingen weer begonnen waren.

Ook nog in de maak is een joggingbroek voor Floortje. Zij wil namelijk het liefst zachte broeken aan en ‘gewone’ joggingbroeken vind ik echt niet kunnen naar school toe. Op internet zag ik al meerdere malen het patroon voor de (mini) Hudson Pants langskomen en dat leek me een ideaal patroon: de broekspijpen zijn aardig smal en de bovenkant is wat wijder, waardoor het geheel net wat meer als een ‘gewone’ hippe broek oogt. Afhankelijk van de stofkeuze natuurlijk. Ik bestelde het patroon dus en na wat print- en plakwerk ben ik nu op het punt aanbeland dat ik de schaar moet gaan zetten in de mooie donkerblauwe Punto di Roma die ik nog had liggen. Brrr.

Voor in beeld trouwens nog een heerlijkheid die ik graag wil delen: de Paleo Applecrumble die ik vond op Oh My Foodness. 5 minuutjes voorbereiding, dan 25 minuten in de oven en daarna gezond smullen!

Wollen vest, het laatste maaksel van 2014

Een tijdje geleden vond ik twee couponnen van 100% wol. Ze roken nog helemaal naar schaap en voelden behaaglijk warm. Ik kon ze niet laten liggen, al had ik nog geen idee wat ik ervan wou maken. Maar in de laatste uurtjes van het oude jaar wist ik het opeens: een lekker warm vest! Ik vond in een oude Knip een patroon van een heel simpel jasje dat me wel geschikt leek en ik ging aan de slag. Al gauw bleek dat ik niet genoeg stof had voor panden én mouwen in dezelfde kleur. Maar wel had ik meer lengte dan ik verwacht had. Dus in plaats van een kort vest in één kleur, werd het een lange in twee kleuren. En zo is ie eigenlijk nog leuker ook. Het origineel had geen kraag, maar dat vond ik wat kaaltjes (en koud). Dus ik maakte er zelf een kraag aan. Het vest zette ik met de lockmachine in elkaar, geen overbodige luxe met de dikke, rekbare stof. Ik zoomde de boel met de hand om, dat was net wat mooier. Een hele prestatie, gezien mijn afkeer van met-de-hand-naaien. De lelijke locknaad in de hals werkte ik weg met een sierlint dat ik al jaren in huis had. Ook met de hand eraan genaaid. (Het moet niet gekker worden!)

Met oud en nieuw had ik het vest aan en ik heb het nauwelijks koud gehad, al die uurtjes buiten (met een dikke jas erover en bij de vuurkorf, dat dan weer wel). Maar ik vond het wel jammer dat het vest niet dicht kon. Daarom ging ik gisteren naar mijn favoriete stoffenwinkel en haalde ik daar drie mooie gespen. Stoer, maar toch eenvoudig. En nu doe ik mijn vest dus niet meer uit, tot het lente is. (En dan kan ie ook nog als jas.)

Dat krijg je dan, als je afstandsbediening niet goed werkt: een heel chagrijnig hoofd. Sorry.

Mijn goede voornemens voor dit jaar zijn vooral dat ik geen voornemens heb. Ik zal blij zijn als het een beter jaar wordt als het vorige en we met z’n allen de gezondheid weer wat op peil krijgen. Maar daar gaan we hard aan werken. En voor de rest ga ik gewoon lekker verder met dingen maken. Het eerste nieuwe project zit alweer op de breipennen: weer een kabelcolsjaal, in opdracht. In een mooi diepzwart.

En verder kocht ik gisteren een paar bollen Scheepjeswol Stonewashed, voor een sjaal voor manlief. Want iedereen in huis werd al bedolven onder de maaksels, behalve hij. Dus daar moet hoognodig verandering in komen! Ik weet nog niet hoe de sjaal gaat worden, maar dat verzin ik waarschijnlijk snel genoeg.

Ik wens iedereen een gelukkig 2015 en dat er maar veel mooie dingen gemaakt mogen worden!

Kerstjurk

Een tijdje geleden liep ik tegen een lapje stof aan die ik gewoon móest hebben. Blauw wol (?) met een gouddraadje erdoorheen. Nou ben ik niet zo van de glinsters normaal gesproken, maar dit lapje schreeuwde gewoon naar me dat ik hem moest kopen. Toen in dezelfde week een uitnodiging voor het kerstfeest van het werk van manlief op de deurmat viel, wist ik meteen dat ik daarvoor iets van die stof zou gaan maken. Eigenlijk wilde ik in eerste instantie een top maken, het was maar een klein lapje stof. Ik kon alleen geen geschikt patroon vinden. Uiteindelijk wilde ik dan maar het patroon van de Harlequin Dress van La Maison Victor aanpassen, door daar een stuk van af te hakken. Maar toen ik het patroon op de stof legde, bleek ik tot mijn grote verbazing net genoeg te hebben voor een (korte) jurk. En dat leek me eigenlijk toch veel feestelijker.

Het patroon gebruikte ik al eerder en de jurk is echt doodsimpel om te maken: een lap voor de voorkant en eentje voor de achterkant. Locken, naaien, klaar. Ik haalde alleen een beetje van de heupen af, want daar zit een heel rare welving in het origineel. De stof was aan beide kanten hetzelfde, dus ik deed niet eens de moeite om een belegje te maken bij hals en armsgaten, want je zag er toch niks van. Ik sloeg gewoon een randje om en naaide een zoompje. De onderkant zoomde ik om met een blindzoomvoetje en toen had ik in nog geen middag tijd een perfect feestjurkje.

En van de stof die ik overhield, maakte ik het kerstrokje dat Floortje nooit aanhad. Nou ja, you can’t win ‘em all...